Vermoeidheid

Moeheid is de meest gemelde en hinderlijke klacht die mensen ervaren met bloed- en/of lymfeklierkanker. Het heeft een grote invloed op je leven van alledag, je werk en zelfs op je sociale contacten. Zelfs jaren na je behandeling kun je nog last hebben van die moeheid.

Na een drukke dag is het normaal dat je moe bent. Je bent moe, maar voldaan. Lekker naar bed, slapen en morgen weer fit wakker. Als je kanker hebt of hebt gehad, kun je moe zijn zonder dat daar een aanwijsbare reden voor is. Je bent uitgeput van niets. Of je bent tot ‘niets’ in staat. Vaak overvalt de vermoeidheid je, zonder waarschuwing vooraf. Of je kunt nog lang moe zijn van een intensieve gebeurtenis, het lijkt wel alsof je niet herstelt.

De belangrijkste vraag is deze: hoe word ik minder moe? Het blijkt dat te veel rust nemen als je moe bent, niet goed helpt. Een lastige boodschap, want je moet jezelf niet uitputten en je het is ook gezond om je grenzen te bewaken. Toch blijkt dat juist bewegen en je conditie verbeteren je op lange termijn minder moe maakt. Hoe actiever je bent, hoe beter je weerstand wordt tegen die intense moeheid. Maar de balans zoeken tussen inspanning en rusten, is een hele persoonlijke. Een revalidatieprogramma, dat soms door zorgverzekeraars wordt vergoed via de aanvullende verzekering, kan je hierbij helpen.

Vermoeidheid tijdens en na de behandeling

Als je behandeld wordt tegen kanker is de vermoeidheid redelijk eenvoudig te verklaren. Ten eerste slaap je vaak minder goed. Vanwege je ziekte maak je je zorgen, waardoor je minder rust vindt en misschien minder goed slaapt.

Ook de behandeling maakt je moe. Krijg je chemotherapie dan breken de medicijnen de kwaadaardige, maar ook gezonde cellen af. Chemotherapie vermindert het aantal rode bloedcellen in je lichaam. Dit kan leiden tot bloedarmoede en dus vermoeidheid. Ook ontstekingen kunnen je vermoeidheid verergeren.

In het eerste jaar na de behandeling wordt de vermoeidheid vooral veroorzaakt door herstel en revalidatie. Dit vraagt veel energie en kan voor een nieuwe vermoeidheid zorgen.

Bepaal tijdens en na de behandeling de grenzen voor je energie. Vertel ook je omgeving wat die grenzen zijn zodat ze rekening met je kunnen houden.

Chronisch vermoeid

Ook na behandeling, zelfs als de vooruitzichten goed zijn, blijken veel mensen last te houden van langdurige vermoeidheid. Deze vermoeidheid wordt chronische vermoeidheid genoemd.

Soms steekt die chronische vermoeidheid pas na lange tijd de kop op. Het kan te maken hebben met je leeftijd, je conditie (ook voordat je kanker kreeg) en eventuele complicaties van de behandeling.

 De vermoeidheid die ontstaat is voor een deel afhankelijk van de soort kanker die je hebt gehad, je leeftijd en hoe fit je was voor de behandeling. Ook de duur van de behandeling speelt een rol. Heb je een lange en intensieve behandeling gehad, dan is de kans groter dat je last krijgt van blijvende vermoeidheid.

De soort behandeling speelt geen rol. Het maakt niet uit of je bent bestraald, chemo- of immunotherapie hebt gehad of een combinatie van beiden.


Wat maakt je zo moe als je kanker hebt (gehad)?

Het voorspellen en omgaan met chronische vermoeidheid is lastig. Je vermoeidheid komt door allerlei zaken, dit zijn de belangrijkste:

Verwerken dat je kanker hebt

Kanker hebben, is ingrijpend. Tijdens de behandeling word je geleefd; je gaat van afspraak naar afspraak. Pas wanneer de behandelingen achter de rug zijn, begin je met verwerken van wat je is overkomen. Je merkt dan pas wat de ziekte met je heeft gedaan. Ook kan het zijn dat je nu pas tijd krijgt om verdrietig of boos te zijn. Emotie die je erg moe kunnen maken.

Angst dat de kanker terugkomt

Soms ben je bang dat de kanker terugkomt. Vooral wanneer je weer op controle moet, kunnen die zorgen de kop opsteken. Piekeren vreet energie.

Te veel doen

Tijdens de behandeling krijg je vaak veel aandacht en hulp. Als de behandeling achter de rug is, gaat voor hen het gewone leven weer verder. Er komen weer meer taken op je neer die je misschien nog niet aan kunt.

Verstoord slaap-waakritme
Als je moe bent blijf je ’s ochtends langer in bed liggen of ga je overdag een keer extra rusten. Je bent ook geneigd minder naar buiten te gaan of je sportafspraak af te zeggen. Je verstoort je gezonde prikkels om moe te worden. Daardoor is het soms lastig om ’s nachts weer de slaap te vatten. Je slaap-waakritme raakt verstoord en dat versterkt je vermoeidheid.

Pieken en dalen in je bezigheden
Veel mensen met kanker hebben een wisselend patroon van activiteit: als het goed gaat doe je veel. Maar word je moe, stop je met alle activiteiten. Er zitten grote pieken en dalen in je activiteitenpatroon. Dat geeft vaak meer vermoeidheid dan wanneer de activiteiten evenwichtig over de dag of week verspreid zijn.

Niet actief zijn

Je moet als (ex-)kankerpatiënt je grenzen bewaken, maar je moet ook je conditie onderhouden. As je amper lichamelijk actief bent, houdt dat vermoeidheid in stand omdat je conditie zo slecht is.

 Wat kan je doen tegen chronische vermoeidheid?

Maak keuzes

Je hebt niet meer zoveel energie als voor je ziekte, dus moet je je energie verdelen. Kom op voor jezelf. Vermoeidheid zie je niet aan de buitenkant, dus hebben mensen niet altijd begrip voor je situatie. Leg uit wat er aan de hand is, maar besteed er niet te veel energie aan. Want dat vreet juist weer energie ...

Ga meer bewegen
Het is belangrijk om je conditie te verbeteren. Je zult daardoor beter slapen en minder piekeren. Streef ernaar elke dag een uur aan lichaamsbeweging of sport te doen. Bouw het altijd rustig op, begin met wandelen of fietsen. Hoe beter je conditie, hoe minder snel je moe wordt en hoe sneller je herstelt.
 
Plan je activiteiten
Probeer je werk en huishouden weer op te pakken, en besteed aandacht aan je sociale contacten. Wissel lichamelijke en geestelijke activiteiten af en plan niet te veel op een dag. Creëer voldoende rustpunten.

Bescherm jezelf

Zet op vaste tijden de deurbel af en telefoon op stil. Zorg voor een regelmatig slaap-waakritme.

Lees meer over  bewegen